SLK’s vliegen steeds meer uit richting Endurance

Maximaal exploitabel

Een racewagen bewijst pas echt zijn waarde wanneer je hem tot in lengte van jaren voor allerlei kampioenschappen kunt inzetten. Steeds meer teams ontdekken de veelzijdigheid en duurzaamheid van de Mercedes-Benz SLK en kijken over de grens heen naar extra opties, met name endurance. Daar blijken de Duitse kwaliteitsproducten zich goed staande te houden, ook na aanpassingen om er meer snelheid uit te halen.

 “Bovenste draagarmen ingekort”

Joey & Hans van Beek

 “Olie- en remvloeistof wisselen na elke race en de boel gewoon even nalopen, meer hoeven we niet te doen aan onze SLK,” aldus Hans van Beek, die samen met zoon Joey alweer tien jaar het team Ciass Racing vormt. “Na een jaar in de cup en talloze Endurance van vier, zes, acht, tien en zelfs 24 uur blijft hij perfect inzetbaar, zonder noemenswaardige reparaties. Slechts één keer heeft de versnellingsbak ons in de steek gelaten. Ik moet er ook wel bij zeggen dat we niet voor het maximale gaan qua modificaties, want betrouwbaarheid staat bij ons voorop. We veranderen niks aan de compressordruk en rijden alleen met een andere ecu. Onze vaste partner DP-Engineering haalt eruit wat erin zit, in dit geval 224 pk en 390 Nm; toch best serieuze waarden. De eerste races na de aanpassing zagen we al dat we het niet te gek moesten maken, omdat het blok het behoorlijk warm begon te krijgen volgens de temperatuurmeter. Reden voor ons om de ventilator voortaan constant te laten draaien en verder geen gekke dingen te doen. De rest van de winst zoeken we wel in het onderstel, bijvoorbeeld met dertig procent stuggere schokdempers, die de rol van de body flink beperken. Verder rijden we nu met slicks en hebben we zelf het camber aangepast door de bovenste draagarmen in te korten. Hoe? Gewoon doormidden geslepen, tien millimeter verwijderd en de stukken weer aan elkaar gelast. Nou ja, ‘gewoon’, we zetten alles van tevoren wel op tekening en gebruiken de professionele machines en mallen bij ons op de zaak. Beschik je daar niet over, begin er dan alsjeblieft niet aan.” De inspanningen vertalen zich in fraaie rondetijden, zoals de laatste keer 2:02 minuten op Assen, met Joey van Beek aan het stuur. “Hij weet absoluut wat autoracen is en slaagde er zelfs in om een Renault Clio IV voor te blijven. Niet slecht, denken wij zo.” []

 “Blok ligt tien centimeter naar achteren”

Dirk van |Dijk

Een geboren techneut als Dirk van Dijk moet zijn ei kwijt kunnen in een racewagen en dat verklaart waarom zijn SLK steeds meer afstand neemt van de cupauto’s, zowel qua specificaties als qua rondetijden. “Samen met Wout de Graaff en Theo van den Berg rijd ik de koppelraces bij DNRT Endurance, dus ieder met de eigen Mercedes. Standaard red je het niet tegen de BMW’s E30, die een paar seconden sneller rondgaan, maar mijn aangepaste SLK weet dat mooi te compenseren.” Wie leest wat Van Dijk inmiddels allemaal gemodificeerd heeft, trekt op zijn minst de wenkbrauwen op. “In plaats van een supercharger zit er nu een krukasaangedreven turbo onder de kap, die samen met een grotere intercooler en een andere ecu veel meer vermogen mogelijk maakt, totaal zo’n 280 pk. Het hele blok ligt samen met de radiateur en de versnellingsbak – een sequentiële van Drenth – tien centimeter verder naar achteren om de gewichtsverdeling te verbeteren en het onderstuur op te heffen. Door de rembekrachtiger, het ABS en allerlei andere elektronica weg te halen, een lichtere tank en elektrische stuurbekrachtiging te monteren weegt de auto nu 200 kilogram minder, dus dat scheelt ook wel even. Ik ben nog niet klaar, hoor; er staan alweer andere dingen op het lijstje om aan te pakken. Zo wil ik een goed instelbare pedalbox en een sterkere stuurbekrachtiging monteren en staat er al een motor met een uitlaatgasaangedreven turbo klaar, die straks nog eens 50 pk extra moet leveren. Een techneut blijft altijd bezig.” []

 “Van 2:16 naar 2:09 minuten”

Rado Assoud

In het WEK afgelopen winter kreeg Rado Assoud gelijk zijn vuurdoop, toen hij op aansporing van Bert en Patrick Moritz in de endurance stapte. “Deels in het donker en met allemaal machtige, snelle machines om me heen, die me links en rechts voorbijvlogen. Dat betekende dus goed spiegelen en opletten. Eén keer tikten twee Porsches tegelijk aan beide kanten mijn spiegels aan; best een spannend moment. Nu doen vader en zoon Moritz, Theo Peters en ik bijna de gehele kalender van DNRT Endurance, behalve de eerste wedstrijd, toen we qua team nog niet alles voorbereid hadden. Theo en ik gebruiken ieder onze eigen auto, koppelrace dus, omdat we dat prettiger vinden. Zo hoeven we niets aan de zitpositie en de afstelling te veranderen. We rijden met dezelfde SLK’s als in de cup, alleen met minder slijtagegevoelige remblokken, die meer hitte verdragen.” Volgens Assoud is hij, evenals Peters, qua rondetijden aardig naar de twee routiniers binnen het team toe gekropen. “Van 2:16 minuten in het WEK naar 2:09 minuten nu. Hoe? Door goed te luisteren naar mijn mentor, Bert Moritz. Hij kruipt regelmatig naast me in de auto en geeft dan op een heel koele, fijne manier tips. Zo mocht ik best wat meer kerbstones pakken en hoefde ik in een aantal bochten niet terug te schakelen; dat bracht alleen maar onbalans in de SLK. De grootste winst zit in het remmen: later, krachtiger, korter en zonder te schrikken van het ABS, dat scheelt zo weer enkele tientallen meters.” []